Zero client: leuk voor IT, niet voor gebruikers

Anne Plancius

Artikelgereedschap

Gepubliceerd: Vrijdag 10 september 2010
Auteur: Anne Plancius

Zero client wordt voorgespiegeld als de ultieme virtualisatie-oplossing. Maar is het wel altijd verstandig zo ver te gaan?

Virtual Desktop Infrastructure (VDI) is populair. Analistenbureaus als Gartner roepen al jaren dat desktopvirtualisatie het helemaal gaat maken en die voorspelling lijkt intussen inderdaad uit te komen. Het basisprincipe van virtualisatie, en dus ook van VDI, is dat IT centraal wordt aangeboden. Vanuit die gedachte wordt zero client (werkstations zonder OS of processor) als de meest ideale oplossing gezien. De beperkte support issues en optimale beveiliging worden als grote voordelen genoemd. Maar is zero client werkelijk de heilige graal zoals aanbieders beloven? En wat zijn de alternatieven?

De voordelen van zero client zijn duidelijk. Er is minder support vanuit IT nodig doordat er minder hardware en geen besturingssysteem op devices nodig is. Ook op het gebied van beveiliging klinkt zero client aantrekkelijk, al valt er op dat gebied nog genoeg te twisten. Gegevens worden dan wel centraal opgeslagen, maar tegelijkertijd zijn deze data op meerdere devices en locaties beschikbaar. De kans op uitlekken van gegevens wordt daardoor juist vergroot.

Zero client kan een prima oplossing zijn voor bepaalde werkomgevingen. Er zijn echter allerlei situaties denkbaar waarbij een thin client of zelfs een fat client beter geschikt is. Een goed voorbeeld is ‘het nieuwe werken’, waarbij flexibiliteit en mobiliteit centraal staan. Zero client is hierbij geen optie omdat de gebruiker hiervoor verbinding moet kunnen maken met het bedrijfsnetwerk. Maar ook een thin client is vaak niet voldoende, bijvoorbeeld wanneer werknemers veel onderweg zijn of vanaf verschillende locaties werken. In dat geval moeten applicaties lokaal kunnen draaien en kun je niet om een fat client heen. Ook gebruikers die werken met zware applicaties, zoals grafische en multimedia-applicaties, kunnen moeilijk uit de voeten met zero client. Bovendien zijn voor bepaalde taken altijd lokale resources nodig, zoals voor het branden van een CD.

Voor de IT-beheerder lijkt zero client aantrekkelijk, omdat het de distributiemethode standaardiseert en er minder onderhoud nodig is. Ook zijn de kosten aanzienlijk lager dan bij andere distributiemethoden. De voordelen van zero client wegen echter niet op tegen de beperkingen. De denkfout die vaak gemaakt wordt door IT-beheerders is dat ze de technologie als uitgangspunt nemen en hierdoor de eindgebruiker uit het oog verliezen. De focus wordt gelegd op nieuwe ontwikkelingen als zero client, terwijl eerst beter moet worden nagedacht over de IT-middelen die medewerkers nodig hebben om goed te kunnen werken.

Het zou daarom veel beter zijn niet de distributiemethode te standaardiseren, maar het beheer. In tegenstelling tot zero client biedt een goede user workspace management oplossing namelijk wel de flexibiliteit die nodig is. Met een dergelijke oplossing beschikken medewerkers altijd en overal over de benodigde mix van lokale en virtuele applicaties. Bovendien blijft informatie werkelijk veilig, omdat er per gebruiker kan worden bepaald wanneer hij wel toegang heeft tot data en applicaties en wanneer niet.

Wie de eindgebruiker als uitgangspunt neemt, ontdekt al snel dat zero client slechts in specifieke situaties aantrekkelijk is. Blindelings alle nieuwe technologische ontwikkelingen volgen, is niet de meest effectieve strategie om kosten en tijd te sparen. Het draait uiteindelijk immers nog altijd om de eindgebruiker.

Anne Plancius is solutions architect bij RES Software

Reacties

blog comments powered by Disqus

Nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van het laatste ICT-nieuws